Casus 2: Onbekende familieleden opsporen

In de voorgaande casus is besproken, dat op basis van autosomaal DNA (atDNA) twijfel rond een voorvader kan worden weggenomen. Langs dezelfde weg kunnen nog vele andere puzzels worden opgelost zoals het vinden van de ouders van een geadopteerd kind. Het is ook mogelijk om op basis van atDNA familieleden te achterhalen die ooit met de noorderzon zijn vertrokken of waarvan in de archieven geen gegevens zijn aangetroffen, bijvoorbeeld omdat een doopboek is verbrand of zoekgeraakt. Een atDNA-analyse zou ook kunnen leiden tot een leuk en nuttig contact met een nog in leven zijnd familielid welke vanwege de geldende privacy niet eerder op de eigen radar is gekomen.

Voor het opsporen van onbekende familieleden is het nodig om de voorouders te vinden die je gemeenschappelijk hebt met degene waarmee een match bestaat. Soms gaat dit gemakkelijk, omdat de ander gegevens over zijn afstamming heeft ingevoerd in de databank waar de match is gevonden. Als dit niet het geval is,zou de ander benaderd kunnen worden met de vraag wie zijn grootouders zijn (in eerste instantie vragen naar ouders kan gevoelig liggen). Op basis van het antwoord dien je dan zelf verder onderzoek te doen naar de gemeenschappelijke voorouders. Zijn de gemeenschappelijke voorouders gevonden, dan kan het nodig zijn om hun nakomelingen in kaart te brengen, teneinde de ‘mystery person’ in de stamboom te vinden.

Het kan zijn dat bepaalde matches ook onderling matchen. Dit duidt op een nauwe onderlinge verwantschap. Het is raadzaam de betreffende matches te clusteren en vervolgens het zoekproces per cluster uit te voeren.

Zoals bij de voorgaande casus is besproken, duiden matches met een hoge cM-waarde op een nauwe verwantschap, dus bijvoorbeeld met een achterneef of een halfbroer. Hoe lager de cM-waarde, hoe verder de verwantschap. Houd daarbij in gedachte, dat verwantschappen verborgen kunnen blijven, d.w.z. niet als match boven water komen. Dit doet zich met name voor bij verwantschappen, waarbij de gemeenschappelijke voorouder vóór 1750 is geboren. Van de betreffende voorouder is dan te weinig atDNA geërfd.

Om zoveel mogelijk succes te behalen is het raadzaam om de zogenaamde Raw Data te downloaden bij het bedrijf, dat het eigen atDNA heeft geanalyseerd, en deze vervolgens te uploaden bij andere bedrijven die over een grote databank met atDNA-analyses beschikken. Er wordt dan in zoveel mogelijk vijvers gevist.