Casus 1: Klopt mijn overgrootvader?

Een Romeins-wetsprincipe luidt: ‘Mater semper certa est, pater semper incertus est.’ Daarmee wordt bedoeld: ‘De moeder is altijd zeker; het is immers de vrouw die het kind baart. Over de vader blijft altijd onzekerheid.’

Recent onderzoek heeft aangetoond, dat het percentage vaders, dat niet de biologische vader is, ongeveer één procent bedraagt. In steden ligt het percentage hoger dan op platteland. In onze kwartierstaten kennen we daarom allemaal wel vaderschapsrelaties, waaraan we twijfelen. Tegenwoordig is zelfs de moeder niet altijd zeker; denk hierbij aan IVF (reageerbuisbevruchting).

Peter-Paul Kolber heeft een oma die drie maanden voor het huwelijk van haar ouders wordt geboren. Haar vader treedt op als getuige bij de geboorteaangifte, maar de geborene krijgt niettemin de achternaam van haar moeder. Als de ouders van oma trouwen, wordt zij alsnog erkend en gewettigd en krijgt zij de achternaam van haar vader. Maar is hij wel de biologische vader?

Onderzoek op basis van autosomaal DNA (atDNA) kan tegenwoordig het bewijs leveren. Hierbij wordt het DNA in alle chromosomen, exclusief de geslachtschromosomen, geanalyseerd.

Zo’n twee jaar geleden trof Peter-Paul in de databank van MyHeritage, dat zijn atDNA onderzocht, zo’n 1000 matches. Dit wil zeggen: zo’n 1000 personen waarvan het autosomaal DNA in meer of mindere mate met zijn DNA overeenkomt. Inmiddels is dit opgelopen tot zo’n 4000 matches. In principe genoeg mogelijkheden om afstammingen te checken.

Het is echter ondoenlijk om alle matches te analyseren. Er moet dan voor elke persoon waarmee een match bestaat, de gemeenschappelijke voorouders worden opgespoord. Peter-Paul beperkt zich daarom tot de 200 matches met de hoogste cM-waarden (cM=centiMorgan).

Een cM-waarde geeft aan in welke mate sprake is van overeenkomend atDNA. Bij een ouder-kind-relatie is sprake van gemiddeld 3487cM. Bij een broer of zus-verwantschap is dit ca. 2629cM. Hoe verder de verwantschap, hoe kleiner de cM-waarde.

De navolgende twee kwartierstaten hebben betrekking op een van de matches. Peter-Paul staat aan de basis van de rechter kwartierstaat. Bij de linker is het degene, waarmee hij een match heeft. Er blijkt sprake te zijn van een gemeenschappelijk overgrootouderpaar (omcirkeld). Uit de vergelijking blijkt, dat degene waarmee Peter-Paul een match heeft, een 4e-graads neef of nicht is.

Afb. Links de kwartierstaat van Peter-Paul Kolber en rechts die van iemand waarmee een match bestaat.

Peter-Paul heeft inmiddels 28 van de 200 geselecteerde matches kunnen verklaren. Bij één daarvan is sprake van gemeenschappelijke overgrootouders (3 generaties terug). Bij de andere 27 matches leefden de gemeenschappelijk voorouders 4-7 generaties terug. Deze uitkomsten zijn schematisch weergegeven in de volgende afbeelding. Aan de rechterkant wordt de oma van Peter-Paul genoemd en links daarboven haar vader (met een vraagteken en daarboven het getal 3).

Afb. Boven de lijn het aantal matches waarbij de gemeenschappelijke voorouders 4-7 generaties terug leefden. Onder de lijn het aantal matches, waarbij de gemeenschappelijk voorouders tot een latere generatie behoren.

Peter-Paul heeft 3 matches die via de vader van zijn oma lopen. Dit betekent. dat haar juridische vader vrijwel zeker ook haar biologische vader is. Zeker is in ieder geval, dat er geen ‘vreemde’ in het spel is. Er bestaat nog wel de mogelijkheid, dat oma is verwekt door een broer van haar juridische vader. Om dit uit te sluiten zijn matches nodig met nakomelingen van broers en zussen van oma. Zo’n match is Peter-Paul nog niet tegengekomen.